Door 28 augustus 2012

Energie: een mens- en milieuwaardige voorziening

door Anna van der Heijden, kandidaat nr 17 TK2012 voor MenS

Energie, met name elektriciteit is essentieel voor een bloeiende, moderne samenleving. Een leven zonder elektriciteit is haast onvoorstelbaar. Een zekere energievoorziening ligt aan de basis van een veilige maatschappij. Met name een stabiele economie, de voortdurende handel tussen mensen in goederen en diensten – met uitzondering van handel op basis van traditionele ambachten – is afhankelijk van eenzelfde, betrouwbare energievoorziening.

Olie, kolen en gas (de fossiele brandstoffen) zijn de afgelopen decennia de belangrijkste bronnen van energie geweest. Daarnaast is olie de basis van veelgebruikte materialen, waaronder plastic. Dit artikel richt zich op de energievoorziening: elektriciteit, warmte en brandstoffen voor vervoer. De grondstof voor plastic zal aan het eind kort aan bod komen.

Fossiele brandstoffen zijn koolstofverbindingen die vele duizenden jaren geleden diep in de bodem zijn gevormd. Sommigen zien het als onnatuurlijk dat de mens deze fossiele brandstoffen in rap tempo naar boven haalt en opgebruikt. In ieder geval kunnen ze niet in ditzelfde tempo worden aangevuld. Tijdens de verbranding worden de koolwaterstoffen omgezet in carbondioxide (CO2) en water. CO2 uit de lucht wordt door bomen en planten (waaronder algen en plankton) weer omgezet in koolstofverbindingen en zuurstof. Meer ruimte voor nieuwe bossen en natuur maakt de mens echter niet. De correlatie tussen CO2, het klimaat en de oceanen is een belangrijk onderwerp van onderzoek. De opslag van CO2 onder de grond is hoe dan ook onnatuurlijk, niet bewezen ongevaarlijk en verspilt kostbare energie. Als het de groei van de gewassen op die grond zou versnellen, was er nog een voordeel geweest; uiteraard is dit niet het geval (in tegenstelling tot wanneer extra CO2 in een kas wordt gepompt). De wisselwerking tussen CO2 en het klimaat is voor de wetenschap interessant, maar kan in feite beter achterwege worden gelaten, wanneer we het hebben over duurzame energie. Door de nadruk te leggen op de complexe rol van CO2, wordt de aandacht namelijk afgeleid van wat hieraan ten grondslag ligt: onze afhankelijkheid van niet-duurzame, vervuilende brandstoffen.

Na het – naar alle waarschijnlijkheid reeds gepasseerde – ‘peak oil’moment, het moment waarop de olieproductie op zijn hoogtepunt is, wordt de olie duurder. Dit komt omdat de meeste resterende aardolie diep onder de zeebodem of in teerzanden is opgeslagen. Het kost bijna evenveel energie om deze olie naar boven te halen, als dat die uiteindelijk aan energie oplevert. Dit is niet alleen een vrij nutteloze activiteit, maar ook een onverstandige omdat het risico’s op milieuschade vergroot. Gebruik maken van kernenergie getuigt van eenzelfde zotheid: het opbouwen, gebruiken en ontmantelen van een kerncentrale kost gigantische hoeveelheden elektriciteit en geld, om nog maar niet te spreken over de opslag- en beheerskosten van het zwaar vervuilde afval, tienduizenden jaren lang… deze prijs wordt nooit geheel meeberekend, simpelweg omdat die buiten ons bevattingsvermogen ligt.

Niemand zit te wachten op het zoveelste met olie besmeurde natuurgebied, de ‘tweede Tsjernobyl’, de ‘volgende Fukushima’ en meer ziektes door fijnstof in de lucht als gevolg van verbranding van fossiele brandstoffen. Gebroken olietankers, exploderende oliepijpen en lekkende radioactieve afvalvaten: er wordt gesproken over wie de schade betaalt. Maar is deze schade wel te betalen? Zelfs met al het goud in de wereld is het niet mogelijk om een koraalrif te herstellen of om een radioactief gebied schoon te maken.

Geen mens kan dit, geen overheid, geen energiebedrijf en ook geen natuurbescherming- of mensenrechtenorganisatie. Deze milieu- en gezondheidsschade is onbetaalbaar en de risico’s zijn dus onverzekerbaar. Biodiversiteit (de natuur) heeft een groot belang voor de (medische) wetenschap en voor onze voedselvoorziening. Ecosystemen zijn met elkaar verbonden, zeestromen in verschillende delen van de oceanen beïnvloeden elkaar in sterke mate. Vervuiling is niet alleen een verlies maar ook een kostenpost; het beïnvloedt de leefkwaliteit van de direct omwonenden tot ver daarbuiten. Moeten we milieuproblemen uit de geschiedenis aan den lijve ondervinden voordat we wijzer worden? De oplossing is: verantwoordelijkheid nemen.

Verantwoordelijkheid nemen betekent niets anders dan de vrijheid nemen om te kiezen voor een energievoorziening waar we volledig achter staan. Wie bezit deze vrijheid? Niet alleen oliemaatschappijen of kernreactorbedrijven, maar iedereen. Wie maakt er geen gebruik van energie? Niemand. Verantwoordelijkheid nemen begint voor iedereen bij het kiezen van bestuurders op alle niveau’s, die actief sturen op duurzaamheid. Een duurzame elektriciteitsvoorziening is een basisvoorziening. Met minder hoeven we geen genoegen te nemen! Milieurampen mogen we niet zomaar zonder gevolgtrekking voorbij laten gaan. Het zijn lessen die ons helpen om richting te bepalen. Welke richting dient het algemeen belang? Dit is belang van de mensen en de omgeving waar we onderdeel van zijn.

Duurzaamheid is altijd gericht op de bescherming en de ontwikkeling van dat, wat we gemeenschappelijk voor ogen hebben. De huidige energievoorziening is voornamelijk georganiseerd met een – groot – winstoogmerk. Winstmaximalisatie is vaak gebaseerd op de belangen van enkelen. Winst voor enkelen betekent meestal een verlies voor anderen. Zijn dit niet de mensen met een onbetaalbare energierekening of de zieke werknemers van een Afrikaanse raffinaderij, dan is het wel de weggevaagde natuur die de prijs betaalt. In tegenstelling tot wat de term ‘duurzame’ energie doet vermoeden, duidt dit niets duurs aan, als het aankomt op de gezondheid en leefkwaliteit van onszelf, onze kinderen en mensen in andere landen. Lagere ziektekosten en een betere veiligheid zijn maatschappelijk waardevol. Ze vergroten ons levensgeluk, onze welvaart, onze gezondheid en die van vele anderen.

Om een langetermijnvisie om te kunnen zetten in werkelijkheid, is het nodig om heldere, duidelijke vragen of voorwaarden te stellen. Dit leidt, verrassend genoeg, niet tot minder mogelijkheden. Integendeel, de juiste oplossingen kunnen niet worden gevonden met eenzelfde manier van denken, waarmee de problemen zijn veroorzaakt (een welbekende uitspraak van Albert Einstein). De overheid sluit zich aan bij het Handvest van de Aarde en stelt nieuwe vragen en voorwaarden: het bestuur schuift geen verantwoordelijkheid af op volgende generaties, verplaatst geen milieuproblemen naar het buitenland en schaadt daar geen mensenrechten.

De kwaliteit van de vraag creëert de kwaliteit van het antwoord. Als we de vraag stellen: welke energievoorziening levert nu snel veel geld op? Dan is het meest gangbare antwoord: gebruik fossiele brandstoffen. De kwaliteit van dit antwoord is echter matig, want de vraag heeft slechts één voorwaarde: winstmaximalisatie. De eigenaar, de toegankelijkheid en de gebruiksduur doen niet ter zake. Wie dan leeft wie dan zorgt. Dan moet de wal het schip maar keren. Bij deze gebrekkige vraag hoort een visieloos antwoord. Stellen we echter de vraag: welke energievoorziening is duurzaam? Met andere woorden, hoe creëren we een voorziening die 1) elektriciteit voor iedereen beschikbaar en betaalbaar maakt nu en in de verre toekomst, 2) meer energie oplevert dan dat het kost om deze te maken – de ‘energy return on energy invested’ is positief – 3) waarbij geen schade wordt aangericht aan het milieu en de natuur en niet aan de menselijke gezondheid en 4) waarbij geen risico’s worden gecreëerd op deze vlakken? Nu stellen we meerdere kwalitatieve voorwaarden. Hier mag een interessant antwoord worden verwacht!

Nu precies helder is aan welke vraag onze duurzame elektriciteitsvoorziening moet voldoen en wat we verwachten, kunnen de oplossingen zich aandienen. Uiteraard hoeven we niet opnieuw het wiel uit te vinden. Dat duurzame energiesystemen bestaan én rendabel zijn, is allang bewezen. Het Duitse plaatsje Schönau maakt al sinds 1997 gebruik van zelf opgewekte, schone elektriciteit. Deze gemeente levert zelfs energie aan andere dorpen. Ook in Nederland worden energieleverende huizen gebouwd. Dit gebeurt door gebruik te maken van zonne-energie, windenergie of energie uit biomassa, zoals hout, gft-afval of mest. Andere energiebronnen zijn bodemwarmte en warmte uit zeewater, waarmee gebouwen in de winter kunnen worden verwarmd en in de zomer gekoeld. Golfslag- en getijdenenergie kunnen in Nederland in de toekomst belangrijk worden.

De eerst genoemde technieken zijn door iedereen toepasbaar. De efficiëntie ervan zal alleen maar verbeteren. Je kunt gemakkelijk een zonnepaneel, zonneboiler of windturbine op een bestaand huis monteren. De wetenschap heeft aangetoond dat de energetische terugverdientijd van een zonnepaneel minder dan 3 jaar is; na 3 jaar levert dit paneel dus meer energie op dan het kostte om dit te maken. Er bestaan ook goedkopere, lowtech, werkende zonne(kook)installaties. In (eco)dorp Tamera in Portugal kan men ze in gebruik zien. Door een gunstige oriëntering van de daken maakt men optimaal gebruik van passieve zonne-energie. De energetische terugverdientijd van een windmolen is al minder dan een jaar; na enkele maanden heeft de windturbine de energie geleverd, die nodig was om de windmolen te bouwen. Windturbines op zee genereren hoge opbrengsten. De voet van deze turbines blijken een interessante nieuwe niche te vormen in zee-ecosystemen. Milieueffecten, zoals de verstoring die optreedt bij het winnen van het silicium of vervuiling bij de productie van staal en aluminium, moeten door universiteiten exact worden berekend. De overheid geeft vervolgens opdracht om de schade volledig te herstellen. Deze milieukosten dienen overigens niet alleen in energiesystemen, maar ook in bijvoorbeeld auto’s en vliegtuigen in de prijs te worden meeberekend.

Een biomassacentrale in de buurt van een agrarisch bedrijf is logisch, omdat hier organisch afval voorhanden is. Het telen van gewassen voor de energievoorziening is echter ongewenst. Zo lang de honger in de wereld niet is opgelost, is het onethisch om gewassen te telen voor energie, die concurreren met de voedselproductie. Derde-generatie-biobrandstoffen zouden eventueel een oplossing kunnen bieden, mits de productie ervan niet méér energie kost, dan de energie die het oplevert. Naast bovengenoemde technieken bestaan er wellicht nog vele andere mogelijkheden. Concepten die zijn beschreven door Nikola Tesla (vrije energie) of Victor Schauberger (natuurlijke energie) zijn prachtige voorbeelden voor onderzoekers die zich hierin verder willen verdiepen.

Momenteel wordt de energie, opgewekt via duurzame systemen in totaliteit nog steeds gebruikt als aanvulling op de het bestaande gebruik. Het schrikbarende resultaat is dat we totaal gezien nog steeds even afhankelijk blijven van fossiele brandstoffen. In plaats van duurzame energie aan te wenden om de energieproductie verder uit te breiden, zou sprake moeten zijn van vervanging. De aanpak is anders zinloos! De sleutel is energiebesparing. Een lokale voedselvoorziening en meer vegetarisch eten kunnen hieraan een grote bijdrage leveren. Energie-, waaronder vervoerskosten moeten in de prijs van het voedsel zichtbaar worden. Energie wordt verder bespaard door te bouwen met natuurlijke materialen, zoals bij houtskeletbouw, stroleembouw en warmte- en geluidisolatie met hennep, vlas en sedumdaken.

De zon schijnt niet voortdurend en de wind waait niet steeds. Energie moet echter wel altijd beschikbaar zijn. Energieopslag in de vorm van gecomprimeerde lucht zou een schoon alternatief kunnen bieden voor opslag en transport via chemische accu’s of het ontplofbare waterstof (H2). Ook kan het teveel aan energie worden opgeslagen in de vorm van methaan, door splitsing van water (H2O) en door directe koppeling van H2 aan CO2 uit de lucht of uit een afvalverbrandingscentrale. Bestaande aardgasleidingen kunnen dit gas vervolgens transporteren. Hiermee wordt het probleem van fluctuerende windstroom of zonnenergie opgelost. Warmte kan worden opgeslagen in natuurlijke accu’s, op basis van plantaardige olie. Energieproductie en -gebruik kunnen daarnaast optimaal op elkaar worden afgestemd door middel van ‘smart grids’. Centrale coördinatie vindt plaats op lokale niveau’s, zodat de privacy van de mensen beschermd blijft. Het voordeel van duurzame, lokale energiesystemen is namelijk dat deze in handen komen van de gebruikers zelf. In plaats van een hoge energierekening te moeten betalen aan een groot (inter)nationaal energiebedrijf, zullen mensen elkaar van energie voorzien. De opbrengsten zijn voor de eigenaar. De verschillende eigenaren werken samen om de systemen en netwerken te onderhouden.

Duurzame energie is de meest sociale vorm van energie. Energieleverende projecten komen het snelste van de grond door samenwerking, bijvoorbeeld in de vorm van transition towns, inwonerscoöperaties, bewonersverenigingen of lokale duurzame energiebedrijven. Iedereen heeft een belangrijke rol. De overheid kan door een eerlijker belastingstelsel, de initiatieven ondersteunen: door een heffing op milieubelastende diensten en producten worden financiële bijdragen mogelijk die – in tegenstelling tot subsidies – voor de overheid kostenneutraal zijn.

Elke situatie is uniek en de plaatsing van energiesystemen moet zorgvuldig worden afgewogen, zodat deze past bij de geografische en culturele omstandigheden en wensen van de omwonenden. De energievoorziening kan integraal worden opgenomen in het ontwerp. Men kan kiezen voor opvallende systemen met kunstzinnige vormen of juist voor oplossingen die onzichtbaar zijn of vloeiend overlopen in het bouwwerk en de omgeving. Een duurzaam energiesysteem is maatwerk en past bij elk type bouwstijl: van ecodorp tot supermoderne villa, in nieuwbouw en in bestaande bouw. Via openbare prijsvragen kan de markt worden uitgenodigd om met de mooiste en duurzaamste oplossingen te komen. Dit kan leiden tot verrassende, moderne ontwerpen. De markt heeft de kennis, kunde en creativiteit al lang in huis. Laat ze ermee voor de dag komen!

Tot slot nog enkele opmerkingen over plastic. Nieuwe grondstoffen voor plastic zijn bijvoorbeeld hennepzaadolie en vlas. Dit vereist een nieuwe kijk op de toepasbaarheid van deze snelgroeiende gewassen. Omgekeerd bestaat er een techniek, thermische depolymerisatie, waarmee plastic weer kan worden omgezet olie. Kortom, we staan nog maar aan het begin van de recyclingperiode. De weg ligt vrij voor ondernemers, die de kunst van het hergebruik verstaan. Een samenleving die vrij van fossiele brandstoffen functioneert ligt binnen ieders bereik. Het is een kwestie van samenwerking. Er zijn kansen in overvloed!

Lees het hoofdstuk Natuur, Milieu en Voedselvoorziening uit ons verkiezingesprogramma. Dit artikel werd in juni 2011 gepubliceerd in Spiegelbeeld en is nog steeds actueel.

Comments are closed.